KOOMAN'S POPPENARCHIEF

Wij delen met trots en plezier ons poppenarchief: van de beginjaren na de oorlog, de televisieuitzendingen met IJsco de IJsbeer, de opening van het eigen theater in 1960 en sindsdien de vele voorstellingen voor jong en oud. Het archief wordt regelmatig aangevuld met afbeeldingen en bijschriften.

Bachfestival
  • 1985

Gerard Akkerhuis (1934-1994) was een studievriend van Frank Kooman op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Als organist en dirigent van onder meer de k Kloosterkerk en het Haagsch Bachfestival, stelde hij in 1985 voor om een poppenspel te maken bij een cantate van J.S. Bach. Er werd gekozen voor de wereldse cantate 'Der Streit zwischen Phoebus und Pan.' Arjan Kooman maakte in deze voorstelling (behalve als theatertechnicus) zijn bescheiden debuut als poppenspeler: een klein konijntje huppelde over het poppenpodium. Deze voorstelling is maar een keer of 10 gespeeld in het eigen theater. Bach hield in een zijtoneel een inleiding en gaf hierin toestemming aan de heer Kooman om enkele coupures in de lange aria's te maken. De pop van Bach verrichtte tevens de opening van het Bachfestival in Sociëteit Pulchri. Bach liet in een geimproviseerde muzikale act de kersverse, muzikale CDA-burgemeester Havermans de drie noten van zijn partij zingen.

Improvisatieconcours Poppenspel
  • 1980

Jan Nelissen -een Haarlemse poppenspeler en zelf een goede improvisator- was een van de initiatiefnemers van dit improvisatieconcours voor poppenspelers dat in 1980 voor de eerste en enige keer werd gehouden. In het Haarlemse Concertgebouw traden tien poppenspelers na elkaar op en improviseerden met hun figuren op een thema dat de avond ervoor werd doorgegeven. Frank Kooman koos als thema 'Het Gerucht. Hij verbeeldde het als een vreemd wezen met een snavel en één oog. Het gerucht ging door de stad, bracht veel mensen op de been en moest uiteindelijk de (poppen)wereld uit worden geholpen. Aan het slot klom het toch weer terug... Frank Kooman kon zowel in woord als in muziek goed improviseren. Hij won de eerste prijs. De publieksprijs ging naar Jozef van den Berg en de aanmoedigingsprijs naar Koos Wieman.